Rekenset.nl
Arbeid en energie
Arbeid
W = F.s.cos
α
W arbeid in J
F kracht in N
s afstand in m
α
hoek
tussen F en s

Rekenvoorbeeld 1
Zie figuur hierboven.
Een voorwerp gaat onder invloed van een kracht F naar rechts
over een afstand van 100 m. F maakt een hoek α van 35 o
met de x-richting. Behalve kracht F werken er op het
voorwerp ook nog een wrijvingskracht Fw = 5,0 N
, een zwaartekracht Fz = 30,0 N en een
normaalkracht Fn.
Fn
is vanaf het steunvlak naar
boven gericht
Bereken de arbeid van de kracht F
Ontbind de kracht F in een richting evenwijdig aan de
verplaatsing (Fx )
en in een richting loodrecht op de verplaatsing
(Fy)
F x
= 16,4 N
(Berekening : cos 35 o = Fx/ F
Fx = F.cos 35 o)
WF
= Fx.s = 16,4 .
100 = 1640 J
Je kan ook gebruiken
W = F.s.cos α = 20 . 100. cos 35 = 1640 J
Opmerking
Als kracht en verplaatsing gelijkgericht zijn : W > 0 J
Nu de arbeid van Fw:
WFw
= - Fw .s= - 5,0.100 = - 500 J
of
WFw
= Fw .s.cos
α
= 5,0. 100. cos 180o =
5,0. 100. -1 = - 500 J
( Als kracht en
verplaatsing tegengesteld zijn: W < 0 J)
W Fz =
W Fn = 0 J
( Als F
┴ s dan is W = 0 J,
α= 90
cos 90 = 0)
Rekenvoorbeeld 2
Een
voorwerp met massa van 5,0 kg valt 20,0 m naar beneden
Bereken
de arbeid van de zwaartekracht.
Fz
= m.g = 5,0 . 9,81 = 49,05 N
WFz
= Fz.s = 49,05 . 20,0 = 981 J = 9,8.102
J
Rekenvoorbeeld 3
Een veer met
veerconstante C = 50 N/m rekken we 20 cm uit.
Bereken de arbeid
die de veerkracht verricht.
Als de veer
naar rechts wordt getrokken, is de veerkracht naar links
gericht.
De arbeid van de
veerkracht is dus negatief.
WFv
= - ½ C u2
= - ½ . 50 . 0,202 = - 1,0 J
Je kan ook de
arbeid bepalen met behulp van F-u diagram
F = C.u = 50.0,20
= 10,0 N
Grafiek van F
tegen u:

W = opp = ½ .
10,0. 0,20 = - 1,0 J.
De arbeid is
negatief omdat verplaatsing en veerkracht tegengesteld gericht
zijn
Kinetische
energie :
Ek = ½ m v2
( Een voorwerp met snelheid heeft kinetische
energie)
Zwaarte-energie
: Ez
= m g h
( Energie die een voorwerp bezit door zijn hoogte)
Veerenergie
:
Ev = ½ C u 2
( Energie van een uitgetrokken veer )
Energiewetten
Valbeweging zonder
wrijving
Rekenvoorbeeld 4
Vanaf een hoogte van 15 meter gooi je een
voorwerp van 2,0 kg naar beneden met een
snelheid van 3,0 m/s.
Bereken de
snelheid waarmee de grond bereikt wordt .
Er is geen
wrijving. Er wordt dus
geen energie omgezet in warmte.
Dan geldt : Ek
+ Ez = constant.
Het hoogste punt noemen we H en de grond G
(Ek + Ez) H
=( Ek + Ez)
G
½
.2,0.(3,0)2 + 2,0
. 9,81 . 15 = Ek + 0
(h = 0 m)

9,0 + 294,3 = Ek,G
E k,G = 303,3 J
E k,G = ½ . 2,0. v2
303,3 = ½ .2,0.v2
v = 17,4 m/s
Opmerking
De massa heb je
eigenlijk niet nodig !
Komt in elke term voor, dus je kan hem
wegstrepen.
Wet van arbeid en energie
Wtot = Δ Ek
Rekenvoorbeeld 5
Bereken v2
Wtot = E k,2
- E k,1
Ftot . s = ½ m v 22 – ½ m v12
40.30 = ½ .2,0. v22 – ½ 2,0. 4,02
1200 = v22 – 16
v22 = 1216
v2 = 34,9 m/s
Vermogen en arbeid
Rekenvoorbeeld 6
Een auto met massa van 1250 kg rijdt met een constante snelheid
van 90 km/u
De auto verbruikt 6,7 liter benzine op 100 km.
De verbrandingswarmte van de benzine is 33.109 J/m3
De wrijvingskracht is 500 N
Bereken het rendement
Echem = 6,7 * 33. 106 = 2,21 . 108
J
Snelheid constant : Fm = Fw = 500 N
WFm = Fm . s = 500 . 100.103 =
5,0.107 J
η = (E/W)
.100 %= (5,0.107)/(2,21.108).100 % =
0,23.100 % = 23 %
Rekenvoorbeeld 7
Bereken het vermogen Pm
bij deze snelheid van 90 km/h
Oplossing 1 : De afstand van 100 km wordt afgelegd in 100/90 uur
= 1,11 h = 4,0.103 s
Pm
= W/t = 5,0.107/ 4,0.103 = 1,25.104
W = 12,5 kW
Oplossing 2 : Pm = F.v
= 500. 25 = 1,25.104 W = 12,5 kW
Opmerking
Omdat de snelheid constant blijft verandert de kinetische
energie ook niet
Alle energie wordt gebruikt om de wrijvingskrachten te
overwinnen.
Chemische energie wordt dus omgezet in (wrijvings)warmte